In de loop van de jaren heb ik een aantal verschillende usernamen aangemaakt bij allerlei social websites. Op een gegeven moment ben ik vergeten welke ik waar heb gebruikt. WhereisYourUsername helpt bij het zoeken. Voor bedrijven zou het handig kunnen zijn om te checken of de usernames al bezet zijn.
Op de usernamecheck zijn de bekende internationale sites te vinden zoals Flickr, Yahoo en Digg. Ach, en het is ook leuk om even in de lijst rond te klikken. En dan wel registreren. :-)
Gisteren ben ik naar het KNAW-symposium 'Identiteit in Virtuele Werelden' geweest.
Compleet iemand anders zijn dan wie je bent in het dagelijks leven. Of juist méér jezelf durven laten zien zoals je echt bent. (...) Wetenschappers en kunstenaars pakken de uitdagingen op die virtuele identiteiten, rollen en zelfbeleving bieden.
Identiteitsverschuivingen zijn niet zo nieuw omdat iedereen al regelmatig andere rollen heeft bijvoorbeeld op het werk, thuis, met vrienden, op vakantie enzovoorts. Maar op Second Life kun je je uiterlijk naar eigen inzicht veranderen en daardoor ook je identiteit radicaal veranderen.
Jason Rowe heeft een spierziekte. Door middel van zijn avatar heeft hij een nieuwe identiteit geschapen waarmee hij zich 80 uur per week op internet begeeft. In de game-wereld is hij niet lichamelijk beperkt en wordt hij als volwaardig lid gezien.
Op het symposium werd identiteit en virtualiteit vanuit verschillende hoeken bekeken.
Jos de Mul deed dit vanuit filosofische hoek. Hij beschreef drie benaderingswijze over de identiteit: logische identiteit, spatio-temporale identiteit en de reflexieve identiteit.
De logische identiteit is een eenvoudige een-op-een benadering. Ik ben ik en niet jij. Mijn tweelingzus lijkt op mij maar heeft niet dezelfde identiteit.
De spatio-temporale identiteit, er is een samenhang tussen lichamelijke en psychische beleving. Bij Second Life belevingen wordt de samenhang tussen lichaam en psyche al uit elkaar gehaald. Maar toch blijken de Second Life bewoners een sterke identificatie met hun avatars te hebben. Lilith Lunardi Ilja Leonard Pfeijffer bevestigde dit. Hij identificeerde zich tijdens zijn verblijf op SL sterk met zijn vrouwelijke avatarLilith Lunardi. Als zijn vrouwelijke alterego kon hij zich tamelijk opwinden over het vervelende macho-gedrag van de mannen daar.
De reflexieve identiteit heeft een minder duidelijk karakter. We construeren verhalen en identificeren ons hiermee. Toch is daarmee niet alles over de nieuwe media gezegd omdat het verhalend karakter steeds minder wordt. In Second Life kun je gewoon zijn zonder een verhaal te hebben. Mul voegt hier het element mogelijkheid toe. Door je anders voor te doen vergroot je je mogelijkheden. Door je als vrouw in SL te presenteren heb je andere mogelijkheden dan de man die je in real life bent.
Professer choi als Uroo Ahs
Mireille Hildebrandt besprak het verschil tussen Play en Game in de virtuele gemeenschappen. Play is doen alsof zonder beperkingen, regels worden voortdurend veranderd. Het creatieve proces is optimaal. Bij Game staan de regels vast en is het wedstrijdelement belangrijk. In de virtuele werelden is de vraag of het Play-element verschuift naar Game. Als ABN op SL komt dan worden er ook steeds meer regels geïncorporeerd en betekent dit minder Play?
Ik denk dat het handig kan zijn om regels in te voeren als het nodig is. Op SL wordt er ook met echt geld gehandeld en als daar een afdoende controle op zit lijkt me dat wel zo prettig. Al beschreeef Karin Spaink de omgang op SL wel vrij utopisch. Ze zei dat ze haar eerste stappen in SL zette ze zich op een first life manier opstelde en mensen wantrouwde die haar aanspraken. Maar het is eigenlijk een hele vriendelijke omgeving met mensen die tijd hebben en contact willen maken. In het begin had ze nog een eenvoudige gratis avatar met gewone kleren en outfit. Een andere ervaren bewoner zei tegen haar:"kom, ga met je mee naar de winkel dan krijg je van mij nieuwe haren". In First Life moet je daar toch niet op ingaan.
Maar hoe zit het dan met virtuele verkrachting en andere misdragingen van avatars? In dit symposium werd kort ingegaan op het vreemde verschijnsel dat een script (computercode) die zorgt dat je avatar dingen doet die jij niet wilt, heftige gevoelens kan oproepen.
Ronald Leenes bracht het privacy-probleem bij sociale netwerken zoals hyves naar voren. Hij gaf aan dat iedereen die voor 1980 geboren is een digital immigrant is, dus ik ook. De jongeren zijn digital natives. Zij zien internet niet als wonderlijk, nieuw en eng maar zien het als een onderdeel van hun wereld. De reden dat ik dit blog schrijf is inderdaad vanuit de bewondering voor alle nieuwe mogelijkheden op internet waar ik me aan vergaap.
Het probleem met privacy en digital natives is niet dat ze voorgelicht moeten worden over privacy-problemen maar dat ze zich er niets van aantrekken. Ze weten dat met wat moeite iedereen aan hun gegevens kan komen en dat het ook voor eeuwig bewaard blijft.
Hij illustreerde dit met drie type gebruikers. 1. Stay out. Dit is mijn ruimte (MYSpace) Je hoort hier niet te zijn. 2. I'm proud of myself. Ik hoef niets te verbergen en ik wil het aan iedereen laten zien. 3. None of this is real. Schepping van de betere zelf.
Ik vraag me af hoe we daar nu mee moeten omgaan? Moeten we het gewoon accepteren? Iedereen heeft in zijn tienerjaren wel eens wat gedaan waar je je nu voor schaamt. Dus jongeren niet aanvallen op hun foute zelfportretten als ze solliciteren naar managersfuncties? Lastig hoor. Big brother is niet een onbekende maar scheppen we daarentegen zelf.
Hildebrandt bracht de term unlinkabilitynaar voren. Zorg ervoor dat de verschillende identiteiten niet met elkaar gelinkt worden. Vrijheid voor verschillende identiteiten dus. De pet die je op je werk en in het café op hebt wil je ook niet graag door elkaar halen, dus ook niet op internet.
Als uitsmijter nog even het filmpje waarmee Leenes zijn betoog mee illustreerde. Leenes gaf hiermee aan dat hij tot de digital immigrants hoorde. Deze jongen is hier namelijk heel beroemd mee geworden maar waarom?
Tot voor kort had ik er nog nooit over gehoord maar bookcrossing blijkt toch al sinds 2001 te bestaan.
Bookcrossing is een sympathieke manier om van je boeken af te komen. De bedoeling is dat je je boeken gratis aanbiedt in openbare ruimte in de hoop dat anderen hier ook plezier aan beleven.
Via een eenvoudig registratiesysteem kun je je boek op de site volgen. Lezers kunnen daar ook hun opmerkingen en complimenten kwijt. Een leuke manier om je boeken een tweede leven te geven.
De maker, Ron Hornbaker, wil op deze manier de hele wereld tot bibliotheek maken.
Vorige week vond mijn eerste bookcrossboek via het GPS-schatzoeken waarbij de schat een boek was. (hier uitleg over het GPS-spel) Ik voelde me met deze vondst lichtelijk verplicht om 'De Roos' gelijk uit te lezen. Iemand doet tenslotte niet voor niets de moeite.
Sadik Yemni heeft een detective geschreven over een verdwijning van een welgesteld Turks-Nederlands meisje. Haar vader is een zeer succesvolle zakenman en heeft een niet-conservatieve opvoedingsstijl. Het verhaal speelt voornamelijk in Amsterdam aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw.
Naast de normale gang van zaken die in detectives gebruikelijk zijn laat hij ons ook meeproeven van de sfeer die onder Turken leefde aan het eind van het decennium. Ondanks of misschien wel dankzij hun rijkdom voelen de personages uit het boek dat ze tussen twee culturen zitten waarbij ze als jong-volwassenen hun weg moeten vinden. Het verdwenen meisje was lid van een maatschappij-kritische groep die de media in de gaten wilde houden.
"We wilden een reactiemechanisme vormen. In het begin tegen de eenzijdige berichten van de media over ons. Als er een boek of een tijdschrift over de Turken uit zou komen of een film zou worden vertoond, dan zouden we die eerst bestuderen om daarna schriftelijk te reageren op de volgens ons absurde gedeeltes. "
Opvallend in dit kader is overigens dat het woord islam op geen enkele manier een rol speelt in het boek. En dat dit opvallend is heeft waarschijnlijk te maken dat een pré-911en pré-Wildersboek is.
Qua onderwerp spreekt het boek me zeer aan maar ik heb nogal wat moeite gehad met de schrijfstijl. De personages zijn nogal plat. Het heeft een nogal damesromanachtige schrijfstijl die met macho-taal is doorspekt. De detective is wel erg tevreden met zijn versierkunsten. En de personages zich vaak van dezelfde zinnetje zoals: "ik begrijp het". Maar misschien zoek ik onterecht naar literaire kwaliteit.
Ondanks dat heb ik het boek toch met plezier gelezen en kon ik dit als een echt kado'tje van een onbekende beschouwen. Waarvoor mijn dank.
En wil je het boek verder volgen doe dat via bookcrossing, BCID.nr: 733-5949921
Common Craft is ijzersterk in het op een eenvoudige en komische manier uitleg geven van web2.0 toepassingen. Ik verwijs er vaak naar als ik bijvoorbeeld wil duidelijk maken wat een Wiki, RSS of Twitter is.
Afgelopen donderdag hebben ze weer een nieuw filmpje geplaatst: Social Media in Plain English
En Pierre Gorissen heeft nu al de Nederlandse vertaling af.
De wiki is in opkomst. Wikipedia is veruit de bekendste wiki maar in Nederland heeft Rita Verdonk heeft met haar wiki op haar manier het begrip wiki aangewakkerd. Misschien liep het niet helemaal uit op wat zij voor ogen had maar sinds kort weten in ieder geval in Nederland dat er wiki's bestaan en dat het iets met inspraak en creëren te maken heeft.
Ik ga het niet uitgebreid hebben over wat een wiki is dat kun je hier, hier en hier (filmpje) zien.
Toen in mijn volleybalvereniging een nieuw beleidsplan geschreven moest worden heb ik voorgesteld een gezamenlijk document te gebruiken. Er moest samen met 10 mensen een beleidsplan geschreven worden. In eerste instantie zou er heen en weer gemaild worden waardoor het overzicht al snel kwijt zou zijn. Even later heb ik hetzelfde voor de redactie van het clubblad voorgesteld.
Een wiki is dan een eenvoudig oplossing. En ik koos vanwege de gemakkelijke toegang voor PBwiki. Bij PBwiki hoeft alleen de 'wiki-owner' een account aan te maken en kan anderen uitnodigen en een link sturen. De wiki kan afgeschermd worden voor buitenstaanders of openbaar worden gemaakt.
Het begrip wiki bleek bij geen van de 15 deelnemers bekend. (Dit was nog voor de Verdonk-wiki.) Wikipedia als encyclopedie was wel bekend, maar niet als web2.0-document.
De ervaringen
Over de streep trekken
In het begin moest er veel uitleg gegeven worden. Het filmpje van Commoncraft hielp hierbij, maar deelnemers moesten echt over de streep getrokken worden.
Bij enkelen moest de wiki even samen doorgelopen worden. Wat soms voor mij logisch is om in de wiki te zien of te negeren geldt niet voor iedereen.
Hoe werkt dit? Moet ik hier wat mee? Wat dan?
Ook leek er sprake te zijn van het witte papier-syndroom, met moeite de eerste zinnen op een lege bladzijde durven zetten. Er gingen in het begin toch mailtjes over het onderwerp in de ronde die eigenlijk in de wiki thuishoorde. Ik heb dat opgelost door die mailtjes zelf in de wiki te zetten en mensen daarover aan te spreken.
Voortgang
Een paar weken na de introductie ging de redactie-wiki lopen. De leden hadden snel door wat de mogelijkheden waren. De artikelen werden geplaatst, commentaar werd door iedereen geleverd en dat zorgde daardoor voor een stroom van nieuwe ideeën. Iedereen wist wat er nog te doen was en waar iedereen mee bezig was.
Bij de beleids-wiki waren de ervaringen iets anders. Omdat het een geheel nieuw stuk moest worden werden er in een keer hele lappen tekst geplaatst en als commentaar nieuwe documenten. Om de teksten te verenigen moest daardoor weer nieuwe teksten gemaakt worden.
Dit druiste in tegen mijn idee over het gebruik van de wiki; in de wiki moet je delen en niet op eilandjes gaan zitten. :-0
De weerstand om direct in andermans teksten te schrijven had te maken met het ongebruikelijke karakter hier van en het respect voor andermans werk. Ook was de opdracht om met een tekst te komen en niet met allemaal kleine tekstjes. Maar in mijn beleving werd de wiki op deze manier niet ten volle gebruikt en spoorde teamleden aan om toch in te breken in de teksten door bijvoorbeeld hun commentaar via een ander kleurtje duidelijk te maken waardoor de oorspronkelijke tekst duidelijk bleef maar toch nieuwe tekst werd voorgesteld.
Toch werd ook bij het leden van het beleidsstuk de wiki gewaardeerd omdat iedereen nu wel gemakkelijker aan de laatste teksten kon komen en de discussies steeds duidelijker werd.
Opmerkingen van de wikileden. Ik heb na twee maanden gevraagd wat de meesten vonden van de wiki.
Handig om zo op deze manier alle teksten bij elkaar te hebben.
Vooral gemakkelijk voor het delen van veel korte stukken. (redactie clubblad)
Na een introductie is de navigatie intuïtief.
Structuur bewaken is belangrijk door het samenvoegen en uit elkaar trekken van tekst en het aanmaken hoofdstukken.
Er waren problemen met de updates. Het heeft een tijd niet gewerkt, en toen het wel werkte waren er te veel updates. (moderator kan dat aanpassen)
Het is handig om te weten wie wat zegt. In dit geval opgelost door de eigen naam voor de ingevoegde tekst te zetten. vb: (liek) bla bla bla
Conclusie De wiki is een succes gebleken. Op dit moment is bij ieder nieuw initiatief in de vereniging de vraag of er een wiki voor kan worden aangemaakt. Belangrijk is de juiste persoonlijke begeleiding. Niet iedereen is even ervaren op internetgebied en daar moet een antwoord op zijn. De moderator heeft voorts als taak de structuur en het proces van de wiki te bewaken.
Mooi beeld in Gattaca. Jerome komt ondanks zijn genen niet de (spiraal) wenteltrap op.
In de film SF-film Gattaca (1997) wordt het leven vanaf het begin geconstrueerd en gecontroleerd. Mensen worden gemaakt op basis van de juiste genen. Ouders hebben in die wereld toestemming nodig om kinderen te maken. Vincent is op illegale manier verwekt (lees: liefdesbaby) en zit nu opgescheept met slechte genen waardoor hij geen astronaut mag worden. De tegenspeler Jerome heeft wel het juiste DNA maar heeft als gevolg van een ongeluk een dwarslaesie. In een prachtige strakke stijl worden ethische kwesties rond privacy en gezondheid aangepakt. Mooie en aangrijpende film.
Ik moest er aan denken toen ik het bericht van 23andme tegenkwam. Dit bedrijf analyseert je DNA voor slechts $1000,- en zet de resultaten op het web. En als je een beetje wantrouwend bent dan helpt het ook niet dat Linda Avery een van de directeuren is. Zij is namelijk de vrouw van Google-oprichter Sergey Brin.
De bedoeling is dat de gegevens met anderen gedeeld en vergeleken worden. Je kunt je DNA vergelijken met je vrienden. En als je familie ook hun DNA laat onderzoeken er achter komen waar je je eigenschappen van hebt gekregen. 23andme geeft natuurlijk aan dat er nogal wat privacybeschermende maatregelen zijn maar ik vind het idee dat ik DNA zou vergelijken met vrienden al ver gaan. En ik weet niet of mijn verwanten blij zouden zijn als ze weten aan wie ze welke ziektes hebben verspreid.
Toch was ik na het wervende filmpje van 23andme geboeid omdat heel mooi de geschiedenis van de hele mensheid erbij werd gehaald. 'Een vrouw in Afrika was onze oermoeder'. Ook werd gezegd dat hiermee de wetenschap wordt geholpen. Dan ben ik al bijna om. Een database met ieders DNA wat zouden we er niet van kunnen leren? De New York Times heeft er een leuke rapportage over geschreven. De journalist weet nu bijvoorbeeld waarom hij niet van melk en spruitjes houdt; het zit allemaal in de genen.
Ik was al net zo verbaasd over Wiseline. Op deze site kun je je levensgrafiek neerzetten en publiceren. Frankwatching heeft hier uitgebreid over geschreven dus ik leg het kort uit. Het komt het er op neer dat je een grafiek van je leven tekent en opfleurt met tekst en foto's. De eerste schooldag, feest, zoen en ook de akelige gebeurtenissen kunnen er op. Ik denk niet dat ik dit met iedereen wil delen. Ik zou ook de neiging hebben om voortdurend mijn Wiseline te herschrijven omdat het perspectief over vroeger constant in beweging is.
Maar het intrigeert me wel dit soort exhibitionistische fenomenen. En misschien hoort bloggen ook wel in dit rijtje thuis.
In de Wiseline hierboven heeft de maker het eenvoudig gehouden.
Voicethread is een eenvoudig hulpmiddel waarbij praatjes aan plaatjes worden gekoppeld. Hoe gaat het in zijn werk? Upload een foto/plaatje, spreek je commentaar in, anderen kunnen op dezelfde foto ook hun commentaar inspreken. Voicethread toont de foto met de sprekers er omheen. Klik op een van de sprekers en het commentaar wordt gedraaid. Eenvoudig en leuk. De onderwijssites hebben dit tooltje al omarmd.
Hier mijn bijdrage aan Voicethread.
enkele links naar serdipiteit: eerdere post hierover alwetend.nl over serendipiteit en wilfen
Gisteren was ik op een event (bijeenkomst) van Geocaching. Geocaching is een netwerkgemeenschap die aan schatzoeken doet. De reden dat ik dit beschrijf is het feit dat ik hier een virtueel social network in bedrijf zag.
Op dit moment zijn er discussies over sociale netwerken. Wat is bijvoorbeeld de betekenis van 1000 vrienden in je Hyves-netwerk? Zijn het alleen maar nummers? En wat is de bedoeling van al de netwerken, moet je overal een account openen?
Ik weet zelf nooit zo goed hoe ik om moet gaan met de virtuele vriendschappen. Wanneer kan ik iemand vragen om mijn vriend te worden? Wat houdt het in? Het heeft duidelijk een andere betekenis dan in het echte leven, maar welke?
Virtuele netwerken hebben een groot potentieel volgens Commoncraft . "Networks make it happen" En ook Mena Trott spreekt bevlogen over de virtuele vriendschappen gecreëerd in de bloggemeenschap. "Building a friendlier world through blogs"
Maar inmiddels wordt het tijd voor een heroverweging over de betekenis van de sociale netwerken. Tijdens de bijeenkomst gisteren werd me het een en ander duidelijk.
Wat gebeurde er gisteren? Ik werd door Dzjodzjo (vriendin Corrie) mee gevraagd voor bijeenkomst van een geocachingwedstrijd. Bij geocahing verstoppen mensen in heel de wereld schatten (cache) en zetten de geheime plekken, al dan niet versleuteld, op internet. Via een GPS-code worden de schatten gevonden. De schatten kunnen kleine voorwerpen zijn maar ook zogenaamde Coins (munten) die speciaal voor dit spel wordt gemaakt. Coins kunnen door iedereen gedropt worden en moeten dan verder reizen via de andere spelers. De Coins worden geregistreerd op de website zodat iedereen de reis kan volgen. En natuurlijk registreert elke vinder welke cache ze gevonden hebben. Dzjodzjo heeft er inmiddels 247 op haar naam.
Inmiddels zijn er heel veel varianten, spelregels en speciale wedstrijden aan verbonden. In principe kan iedereen die het wil nieuwe spellen binnen dit kader verzinnen. Wie heeft bijvoorbeeld de meeste caches (schatten) gevonden, wie heeft de meeste coins heeft gedropt, wiens coin maakt de langste reis enzovoorts.
Gisteren was dus de finale van een wedstrijd waarbij de coins een reis door alle provincies van Nederland moesten maken. De eigenaar (dropper) van de coin die het snelst alle provincies aan had gedaan was de winnaar. Binnen het bestek van enkele maanden werd dit spel gepeeld. En van de 148 coins die meegedaan hadden hebben er 39 hebben alle provincies gehaald. Het is een beetje een ingewikkelde verhaal waarbij veel termen als droppen, first finder, travelbug, discoveren horen.
Tijdens de wedstrijd was er heel wat internetverkeer geweest. De finale was vooral een reden om elkaar life te ontmoeten. "oh jij bentbootrapper, met jou heb ik veel gemaild en weet je hoe het met ... is?"
De communicatie van geocahing gaat via internet en kan ook niet anders. Zonder internet (en zonder GPS) bestond dit spel niet. Maar wat me gisteren wel duidelijk werd dat hier een virtueel netwerk is gebouwd van mensen die dingen voor elkaar over hebben (gratis weggeven van dure coins), elkaar leren kennen door die ene gekte (schatzoeken) en daardoor vriendschappen opbouwen. Ik heb daarna door het Geocashforum gesnuffeld en ontdekte dat het niet alleen ging over hoe een GPS te hanteren, maar dat ook echte belangstelling voor elkaar was zonder elkaar ontmoet te hebben.
Het maken van vrienden is bij dit netwerk geen uitgangspunt maar is wel een goed voertuig gebleken. Vriendschappen ontstaan niet zomaar uit het feit dat er wordt gevraagd 'wil je mijn vriend zijn', maar uit gemeenschappelijke belangstelling. Bas Bakker van i-nnovatie zei ook al dat de sociale netwerken hun betekenis uit niches op de markt kunnen hebben.
De behoeft van mensen in de virtuele wereld lijkt verdacht veel op de echte wereld; vriendschap moet het hebben van belangstelling naar elkaar maar in de virtuele wereld kan de long tail gemakkelijker zijn werk doen.
nog wat links: wat is socialweb-quiz 23 dingen over web2.0 apophenia over social networking bibliotheek2.0, actief sociaal netwerk van informatiemedewerkers
Om nu gelijk grof te worden vind ik ook overdreven, maar aan de andere kant is het wel verfrissend om af en toe een tegengeluid te horen. Bij Bugroff kan je niemand uitnodigen omdat het niemand iets uitmaakt, je bent alleen in je netwerk en je kan je niet aanmelden en krijgt dus je welverdiende rust. Maar ze zouden gek zijn als er niets te klikken viel dus... rust is toch ver te zoeken.